Boxer

De Boxer is een kortharig, middelgroot ras dat een vierkante, korte snuit heeft. Oorspronkelijk stamt hij uit het Duitsland van de 19e eeuw. Hij is verwant aan de Buldog en oorspronkelijk gefokt als een jachthond. De kracht en behendigheid van de Boxer maken hem perfect om achter groot wild aan te zitten en het vast te houden totdat de jager ter plekke is. De Boxer wordt geclassificeerd als een werkhond. Hij heeft vroeger en in het heden gewerkt in het leger als pakketdrager en boodschapper, bij de politie als K9-unit, als blindengeleidehond, en als vecht- en waakhond. Door zijn intelligentie, toewijding aan zijn baasjes, en zijn vermogen om met kleine en gehandicapte mensen om te gaan, is hij een perfect huisdier.

Fysieke kenmerken

De Boxer is erg gespierd en heeft een vierkantig lichaam. Hij is bij de schoft tussen de 53 en 64 centimeter hoog, en weegt tussen de 25 en 34 kilogram. Zijn kop is de meest onderscheidende en de meest gewaardeerde uiterlijke eigenschap. Hij heeft een grove en wijde snuit en hij heeft ook een onderbeet – betekenend dat zijn onderste kaak langer is dan de bovenste. Dit is een ras met een brede schedel, hoewel het niet zo extreem is als bij de Buldog: de snuit is niet zo kort, en de onderbeet is niet zo aanwezig. De tanden en de tong van de Boxer vallen niet te zien als hij zijn bek dicht heeft.

Wanneer de Boxer rechtop staat, is de lijn van het lichaam, van de rug tot het achterhoofd geleidelijk gebogen van de nek naar de schoft. De borstkas is behoorlijk fors, wat eruit ziet alsof hij enorm trots is. De Boxer is over het hele lichaam gespierd, maar hij is niet op een bepaalde plek veel gespierder dan op andere plekken. Dit ras hoort atletisch uitzien. Door zijn wijde manier van lopen, kan de Boxer veel afstand binnen korte tijd afleggen. Zijn vacht is glanzend en kort, en komt voor in verschillende tinten lichtbruin, waaronder de tinten tan/geel, bruin en rood. Andere geaccepteerde kleur is getijgerd, waarbij de vacht om en om lichtbruin en zwart gestreept is. Boxer’s hebben vaker nog een extra vlek, de ‘flits’ genoemd, op de plek waar de borstkas, voeten of het gezicht wit is. Flitsen kunnen op iedere van de genoemde plekken voorkomen, of op slechts een enkele plek. De Boxer heeft een alerte uitdrukking, waardoor het uitziet alsof hij altijd klaar is voor hetgeen dat gaat gebeuren, zelfs als hij uitrust. Door zijn forse uiterlijk en zijn sterke kaken is de Boxer een indrukwekkende waakhond. Vanwege zijn ongebruikelijke combinatie van kracht en behendigheid, gecombineerd met een stijlvolle elegantie, is de Boxer een klasse apart.

Persoonlijkheid en temperament

Een actieve familie zal de Boxer geweldig vinden. De Boxer is zeer levendig, nieuwsgierig, uitgaand en toegewijd. Hij luistert goed naar commando’s en hij zal de behoeften van zijn baasjes voldoen. Over het algemeen gaat dit ras goed samen met andere huisdieren en honden, maar soms toont hij wat agressief gedrag tegenover vreemde honden of honden van het zelfde geslacht. In andere gevallen zal hij geen tekenen van agressie tegenover vreemden vertonen. De Boxer staat erom bekend dat hij terughoudend is met vreemden, dus in het slechtste geval gedraagt de Boxer zich onverschillig ten opzichte van nieuwe mensen. Met degene waarmee hij bekend is, kan hij wat onstuimig zijn, dus hij moet vanaf jongs af aan geleerd krijgen dat hij niet op mensen mag springen. Spelen moet echter aangemoedigd worden. Zijn heldere, speelse houding en sociale karakter maken het een perfecte hond voor in het park, voor oefeningen, en om het gezin gemotiveerd te houden.

Verzorging

De vacht van de Boxer moet af en toe geborsteld worden om los haar te verwijderen. Dagelijkse fysieke en mentale oefeningen zijn essentieel voor de hond, die er ook van houdt om te rennen. Een lange wandeling of een rondje joggen kunnen de behoeften van de hond voldoen. Hij is niet geschikt om buitenshuis te leven en hij vindt warm weer ook niet fijn. De hond voelt zich het beste als hij afwisseling heeft tussen de tuin en het huis. Sommige Boxers kunnen snurken.

Gezondheid

De Boxer wordt gemiddeld tussen de 8 en 10 jaar oud en lijdt aan kleine gezondheidskwalen zoals colitis, maagtorsie, hoornvliesbeschadiging, en hypothyroïdie. Meer gecompliceerde ziekten zijn heupdysplasie, cardiomyopathie, en SAS. Soms komen degeneratieve myelopathie en tumoren in de hersenen ook voor bij het ras. Dit ras reageert heftig op acepromazine en hij is gevoelig voor hitte. Witte Boxer’s kunnen doof zijn. Schildklier, heup en hartonderzoeken zijn geadviseerd voor dit ras.

Geschiedenis en achtergrond

De Brabanter Bullenbeisser en de Danziger Bullenbeiser zijn twee uitgestorven centraal-Europese hondenrassen waarvan de huidige Boxer afstamt. Bullenbeisser betekent stierbijter, en dit soort honden waren erg nuttig bij het jagen op groot wild zoals beren, herten en mannetjesvarkens in de bossen. Deze honden hielden hun prooi vast totdat de jager ter plekke was en het beest vermoordde. Om dit te bereiken, was een behendige en sterke hond met een verzonken neus en een krachtige, wijde kaak nodig. Dit waren dezelfde kwaliteiten die nodig waren in stierbijten, een sport dat in verschillende Europese landen populair was. De Engelsen vonden de Buldog beter voor sport, terwijl de Duitsers honden gebruikten die om Mastiffs leken. In en rond de jaren 30 van de 19e eeuw, werden er door Duitse jagers inspanningen geleverd om een nieuw ras te maken door hun Bullenbeissers te kruisen met honden die op Mastiffs leken, en met Buldoggen en terriërs om hun taaiheid. De gecreëerde kruising was een taaie en behendige hond met een ferme grip en een gestroomlijnd lichaam. Toen de Britse wet stierbijten verbood, gebruikten de Duitsers ze vooral in slachthuizen, waar de honden het vee in de gaten moesten houden. In 1895 nam een Boxer deel aan een hondententoonstelling, en het jaar erop werd de eerste Boxerclub, de Deutscher Boxer Club, opgericht. Men gelooft dat de naam Boxer afstamt van het Duitse woord Boxl – de naam die aan de honden in de slachthuizen werden gegeven. Het is een van de eerste honden die bij het Duitse leger en de politie aan de slag ging. In 1900 werd de Boxer een utiliteithond, showhond en huisdier. Dit ras werd in 1904 erkend door de American Kennel Club, maar het duurde tot de jaren 40 van de 20e eeuw totdat de Boxer ook daadwerkelijk populair werd. Door de jaren heen is het een van de meest populaire honden geworden in de Verenigde Staten: momenteel is staat hij op nummer zes van de meest populaire hondenrassen in de Verenigde Staten.