Kabardin

De Kabardin kan gevonden worden in het Kaukasusgebergte, in het westelijke gedeelte van de voormalige Sovjet-Unie. Het is een sterk en gehoorzaam paard, het is aangepast aan het moeilijke gebergtegebied, waar ook veel sneeuw valt. Het wordt veelal als rij- en pakpaard gebruikt. De Kabardin en andere rassen met Kabardin-invloeden (zoals de Anglo-Kabardin) worden vaak gebruikt in nationale en Olympische paardentoernooien.

Fysieke eigenschappen

De Kabardin is een typisch rijpaard. Een Kabardin is tussen de 142 en 152 centimeter hoog. Het heeft een stevig lichaam, lange oren, een mooi hoofd en het profiel van een ram. Het heeft een middellange schoft en voldoende haar. De staart en maan hebben echter heel veel haar en sommige paarden hebben ook haar op de hakken.

De Kabardin heeft een korte maar stevige rug, een middellange maar stevig gespierde nek, een wat schuin aflopende en gespierde croupe, glooiende schouders en een diepe borstkas. Zijn achterbenen zijn gebogen maar welgebouwd en krachtig, het heeft harde hoeven en soepele gewrichten. Zijn benen staan zeer correct, waardoor het een mooie manier van lopen heeft. Daarnaast heeft het hierdoor een goed evenwicht en tredzekerheid.

Persoonlijkheid en temperament

Kabardin’s zijn sterk, energiek en hebben een geweldig uithoudingsvermogen. Dit maakt ze ideale sportpaarden. Ze worden om die reden vaak gebruikt bij nationale en Olympische paardenwedstrijden.

Naast het gebruik in sport, is de Kabardin ook bekend als een van de beste paarden die in bergachtig gebied uit de voeten kunnen.  Ze zijn gehoorzaam en vriendelijk. Ze hebben een uitstekend richtingsgevoel. Ze kunnen de weg vinden in de mist, door stromend water, door diepe sneeuw, smalle bergpaden en andere moeilijke gebieden waar andere paarden niet eens kunnen komen. Omdat hun kracht goed onder controle te houden is en het dier een prima uithoudingsvermogen heeft, wordt de Kabardin door de Kaukasische volken niet alleen gebruikt als pak- en rijpaard, maar ook als harnaspaard dat vastgemaakt wordt aan een maaier zodat de inwoners hooi kunnen maken van gras.

Verzorging

Kabardin’s zijn sterke, energieke en gehoorzame dieren die zelf makkelijk de weg kunnen vinden in moeilijke gebieden. Ze zijn taai en hebben dus weinig verzorging nodig. Het wordt echter wel geadviseerd om de paarden goed te voeren (maar niet te goed) zodat ze hard werk kunnen blijven verrichten. Daarnaast is het geadviseerd om harnassen, zadels en andere spullen goed vast te maken zodat het paard zich geen pijn doet.

Geschiedenis en achtergrond

Kabardin’s kunnen worden gevonden in de autonome republiek van Kabardië-Balkarië, in het noordelijke gedeelte van het Kaukasusgebergte in het westelijke deel van de voormalige Sovjet-Unie. Nomadische hebben in de 16e eeuw in eerste instantie de Kabardin’s in bergachtige weilanden gefokt. Dit ras heeft een genetisch verband met het uitgestorven Nogai ras en andere rassen zoals het Turkmeense, het Russische, de Karabach, het Arabische en het Perzische. Ooit was het een klein paardenras met een sterke lichaamsbouw en vrije bewegingen. Het werd in de Revolutie gebruikt waardoor de aantallen zijn afgenomen. In de jaren 20 van de 20e eeuw werden er inspanningen geleverd om het ras weer op de kaart te krijgen, waardoor er een sterkere Kabardin ontstond dat geschikter was als trek- en rijpaard.