Andalusiër

Andalusiër
    Andalusiër2018-11-26T14:22:43+00:00

    Project Description

    De Andalusiër vindt zijn oorsprong eeuwen geleden in Spanje (specifieker nog Andalusië). Officieel staat het bekend als de Spaanse volbloed. De Andalusiërs worden, deels door de Spaanse kolonisatie, verantwoordelijk gehouden voor het verbeteren van de voorraad van verscheidene paardenrassen over de hele wereld.

     

    Fysieke kenmerken

    De Andalusiër is een prachtig, elegant en sierlijk paard. Het is gemiddeld 154 centimeter hoog en het heeft een enorme kracht door zijn super gespierde, robuuste benen, goede gewrichten en dichte hoeven. Dat houdt echter niet in dat de Andalusiër lomp is; in feit beweegt het erg gemakkelijk en in grote harmonie.

    Afhankelijk van de bloedlijn lijkt het hoofd op die van de Barb of de Arabische, hoewel het meestal lichtelijk bol is. Zijn ogen zijn levendig en zijn oren zijn kort en staan hoog op het hoofd. De Andalusiër heeft een glooiende rug, gebogen nek, wijde borstkas, geronde romp en een laagstaande staart.

    De Andalusiër heeft een delicate vacht, maar het heeft dik haar in de maan en de staart. Veelvoorkomende vachtkleuren zijn lichtgrijs of wit, maar heel af en toe hebben ze ook een roodbruine vacht.

     

    Persoonlijkheid en temperament

    De Andalusiër is gedreven, leergierig en loyaal. Het is ook kalm, wat ideaal was voor legerofficieren tijdens gevechten.

    Geschiedenis en achtergrond

    De Andalusiër wordt misschien de Spaanse volbloed genoemd, maar in realiteit is zijn voorgeslacht een combinatie van verscheidene inheemse en buitenlandse paardenrassen, waaronder de Sorraia, Galician, Pottok, Garrano en Asturcon.

    Deze buitenlandse rassen werden naar Spanje gebracht tijdens verschillende perioden en verscheidene gebeurtenissen zoals de velen invasies van het Iberische schiereiland. Tijdens de invasies brachten de meeste aanvallers hun paarden mee. Onder deze paarden zaten warmbloedige paarden uit het Oosten en koudbloedige paarden uit het Noorden. Andere stammen en rassen dat hun eigen rassen introduceerden tot het Andalusische gen waren de Romeinen (die de Camargue meebrachten), de Arabieren (die het Oriëntaalse paard meenamen), en de Gotlanders (die de Gotlandpony meebrachten).

     

    Er zijn twee types Andalusiër als resultaat van kruisen: de klassieke Andalusiër met het geronde hoofd en de Andalusiër met een hoofd dat lijkt op dat van de Arabische. De klassieke Andalusiër werd behouden door de Cartesiaanse monniken, terwijl de Andalusiër met het Arabische hoofd een resultaat is van een 19e -eeuwse poging om de Andalusiër met het Arabische ras te kruisen. Het gebruik van dit paard is zo veelzijdig dat hij verschillende namen heeft afhankelijk van de locatie, zoals het Iberisch paard, de Jinete en Zapta.

    Een van de redenen waarom de Andalusiër nog altijd een van de meest voorkomende rijpaarden op de wereld is, is omdat de moderne Andalusiër nog altijd het vermogen heeft om zich aan iedere omgeving aan te passen.

     

    SLIDING BAR WIDGET 1